durven, zijn
hoe wil je
op verzuurde bodem
wankelend de sporen volgen
de liefde roepen horen
als je doof blijft, blind
moeizaam met mond
verzamelen onder doornen
het zaad, bergen ‘t heet verlangen
in tassen achter lippen
om misschien eens ooit
een zachte klank
gonzend te laten zoemen
nog is het winter onder huid
en lang nog niet ontdooit
de tot een streep getrokken mond
die openklapt en snel weer sluit
voor dat ‘t verwondt
wat slechts beschut
‘t verbergen van de zinnen
in gouden kooien
om met een zuchtend ja en amen
zich naar de wens van anderen te plooien
hoe wil je
op verzuurde bodem
wankelend de sporen volgen
de liefde roepen horen
als je potdoof blijft, stekeblind.
**********
sunset 15-05-2009
**********
waar jij mij vindt
jij spreekt van gisteren
waar ik jou zo graag in mijn morgen strooi
tussen koele grassen op grauw verregende dagen
in vertes die schijnen te duren, nooit op te houden
dat jij meer in mijn uren praat als wat te zeggen
- bijzonder die waarin ik niet slaap noch waak
en tot niets anders in staat dan mijn hoofd
op je schouder te leggen - jij die mij vindt
in mijn meest kwetsbare plaatsen
deze koele ochtend
in ’t veldgrijs van deze dag.
**********
sunset 16-05-2009
**********
als je ’t wilt horen
als je ’t wilt horen
zou ik je zeggen vannacht
dat tijd nooit vergaat, helderheid nooit wegvloeit
uit het hart van het licht; dat wij verder leven
in de herinnering als woorden op andere lippen
en zeggen dat het vergeten niet groeit noch de stilte
op eenzame straten; dat het dagelijkse vuur
alles verbrandt, paden niet verdwijnen
er altijd een zee golft achter de laatste horizon
ik zou je kunnen zeggen dat alle nachten eender zijn
dat stromen tijd iedere ochtend weer terugkeren
elke wolk je doet denken aan ‘t donker van dagen
tot aan het eerste licht.
**********
sunset 11-06-2009
**********
Prikbord (31 commentaren)
Je moet lid zijn van GedichtenClub om reacties te kunnen toevoegen!
Lid worden van dit sociale netwerk
Lieve groet, Fairouz
Als je in god geloven kon
dan zou je hem aanbidden
met heel het hart tout cour
zie toe hoe gelaten
het leven is meer en meer
vooral in dagen toegevoegd
gaan en ondergaan
van dag tot dag en overgevend
in een aanvaardend nu
als dit er niet meer is
staat iets anders klaar
neem maar op wat voor je ligt
zo groot de mens
die in alle eenvoud vrede heeft
dit kleine leven toebehoren wil
slaap lekker
door alle nachten wil ik jagen
om in jouw droom te wonen
te leven in het afgestorvene
gehoor; zoals een vage schim
deel zijn van lief en leed
en drama, hartstocht, zweet
wanneer een ander rozen gooit
tegen fluwele zachte huid
wil ik dat ook – een rode roos
waarin je passie lezen kunt
(van mij), mijn jaloezie en ook
mijn veel te lange hartenpijn
en voor je wakker schrikt, wil ik
- intens op mij j’ astrale blik -
liefdetonend in een wind
mijn lied van minnen zingen.
**********
sunset 09-07-2008
**********
Moe ik ben doodmoe en moet straks nog gaan werken.
Het lijkt alsof ik bergen beklommen heb die veel te stijl
voor me zijn.:-)
liefs en amuzeer je. (ik ga niet op vakantie.)
jouw blik vindt zijn weg
door de massa
(van mijn gedachten)
van vreemde
gevoelens (in mij)
licht op
(als ster onder velen)
treft mij
geen seconde te vroeg
in mij ontwaakt
een gelukzalig lachen.
**********
sunset 05-07-2008
**********
zijn als lentebloesems van de kersenboom
het voelen van de stevige stam en
het volgen van de lucht, ik verdwijn
in bladeren van: “ik zal je niet vergeten”
het gras is nog niet kaal gevreten
de schapen zijn nog niet gebracht
sprietjes kietelen mijn blote enkels
ik wacht, jouw stem, die bewondert, vertelt
terwijl mijn vingers in gedachten
het zoete sap likken, spreid jij een oude deken
nooit kersen kopen zeg je
zo van de boom, ongewassen in de mond
staat de hoge ladder met plukkorf
in het beeld van gisteren
de pachtplukker nog vreemd, een lieve man
die kersen delen zal, als de tijd rijp is
Erna
Venetië
onttroond nu de eens fiere golvenbruid
die ‘t trotse hoofd niet boog voor zee
nooit komen meer de prachtgaljoenen
haar blik is leeg en ’t lijf verrot en wee
de lente als met nachtelijk geluid
de donder op de springvloed rijdt;
zelfs de verhevene weerloos aan het element
waarop zij in de dag afwijzend op neerkijkt
hoog over de Piazzetta zwelt de vloed
bruist wild naar binnen, verdrinkend alle steegjes
en om San Marco plonst een riemenslag
waar water haar het hof maakt met een liefdesgloed
mag hij haar voeten enkel nog heel stil omvatten
en sluipt beschamend weg lang voor de dag.
**********
sunset 03-06-2008
**********
Alle reacties bekijken